| Inhoudsopgave |
|---|
| De Schotse Ritus |
| Pagina 2 |
| Pagina 3 |
| Alle pagina's |
Nogmaals, waarom zou een jonge Meestervrijmetselaar lid willen worden van de Schotse Ritus? Welnu, omdat hij wellicht wil weten hoe de gelaagde betekenis van de ritualistiek in de Symbolieke Graden tot stand is gekomen. Als hij die vraag al niet zelf stelt, zouden we hem kunnen stimuleren die vraag te gaan stellen. En dan ligt het antwoord voor de hand. Want, wie zich nader wil bezinnen op de geestelijke bronnen van de vrijmetselarij is aangewezen op de Schotse Ritus, omdat daarin vanuit verschillende optieken de kern van die kardinale eerste drie graden wordt belicht. Elk rituaal van de Schotse Ritus geeft als het ware weer een andere invalshoek te zien en geen enkel rituaal is onbelangrijk. Sterker nog: de belangrijkheid van een graad valt niet af te meten aan het nummer daarvan: de Vierde graad, die van Geheim Meester waarmee de AASR begint, is niet minder essentieel dan de 14e, 22ste, 28ste of de 30ste . Op een steeds andere wijze wordt de inwijdeling geconfronteerd met de drie in de Symbolieke Graden centraal staande vragen: Wie ben ik? Wat is mijn taak in deze Wereld? Oftewel: Waarom ben ik hier? En Hoe is mijn verhouding tot het of de Allerhoogste? Deze vragen zijn universeel maar krijgen al naar gelang de situatie in ons leven verandert telkens een nieuwe lading. Dit is een aspect waarmee hij die zijn gang door de Schotse Ritus maakt – althans dat is mijn ervaring – onontkoombaar in aanraking komt. Daarbij bewijst opnieuw de mythe als instrumentarium dankbare diensten. Hoe verschillend die mythen in de diverse graden van de AASR ook mogen zijn, steeds weer confronteren ze ons met elementen van die grote overkoepelende mythe uit de Derde graad. Het is aan ons om dit te doorgronden en liefst ook: te doorvoelen. Door die herkenning, als gevolg van het doorzien van een nieuw verband, worden we gestimuleerd om het gebeuren in de Symbolieke Graden vanuit een ander perspectief te gaan beleven.

Uiteraard veranderen niet alleen wijzelf, ook met de wereld om ons heen is dit het geval. En dat gegeven klinkt in de AASR-ritualen evenzeer door, zeker in de in ons land gebruikte ritualen, welke door hun sterk allusieve in plaats van belerende karakter (zoals dat met name in de Angelsaksische AASR-ritualen wordt aangetroffen) voorbeeldig op de Symbolieke Graden aansluiten. Als er al een boodschap van de Schotse Ritus bestaat – en dit is een gevaarlijk woord, omdat het ook een lering kan impliceren en dat is het binnen deze context nu juist niet – is het wel dat de mens moet openstaan voor verandering, dat hij het verleden wel respectvol mag koesteren maar er zich niet door moet laten leven. Waartoe dat laatste kan leiden wordt maar al te duidelijk als we in de wereld van het hier en nu om ons heen kijken. Kortom: de Nederlandse Schotse Ritus staat, ondanks zijn duidelijk esoterische inslag, met beide benen op de grond en dankt daaraan bij uitstek zijn tijdloze karakter: de problemen waarop wordt gezinspeeld zijn namelijk van alle tijden!
Hier aangesproken is het ook goed op een van onze lijfspreuken te wijzen: “Lux Inens Nos Agit”, - “Het Licht dat in ons is drijft ons voort”. Wat is dat Licht dan wel? Het is het geestelijke Licht, dat in de eerste der Symbolieke Graden de Goddelijke Vonk wordt genoemd. Die vonk is in elke mens aanwezig. Het ontdekken van die vonk, die Goddelijke kern in ons zelf is wat wij de moeilijke weg naar het Licht noemen en waarop ook in de Schotse Ritus telkens opnieuw wordt gezinspeeld, zij het met behulp van een andere terminologie dan in de Symbolieke Graden.
