Terug naar de basis

 

 

 

In ons land daarentegen werden aanvankelijk de ritualen van de hoogleraar Goblet d'Alviella gebruikt, die, zeker in vergelijking met die van Pike en consorten, aanzienlijk meer diepgang vertonen. Heel duidelijk is de godsdienst-fenomenologische invalshoek, tot uitdrukking komend in het op allerhande manieren belichten van tal van religieuze stromingen en wereldgodsdiensten. In dit verband zij verwezen naar de thans bij ons niet meer gepraktiseerde 26ste graad, Heer van Mededogen, waarin het boeddhisme centraal staat.
Toch zijn ook hier bezwaren. In de eerste plaats bevatten de rituelen weinig handeling en beklijft eerder de impressie van een reeks door verschillende personen voorgedragen lezingen. Vervolgens stroken bepaalde details van de rituelen in onvoldoende mate met de huidige inzichten op godsdienst-fenomenologisch terrein. Ten derde ontbreekt het allusieve karakter, dat voor de symbolieke graden juist zo karakteristiek is, een eigenschap welke mede in de oorspronkelijke Rite de Perfection bij uitstek aanwijsbaar is. Met andere woorden: de ritualen waarover wij dankzij Henry Andrew Franckens voortreffelijke Engelse vertalingen beschikken, sluiten aanzienlijk beter aan op de symbolieke graden - let wel: waarvan zij een verdieping behoren te zijn - dan de rituaalversies van D'Alviella en vooral Pike
Uit het voorgaande valt dan ook goed te verklaren waarom tijdens het bewind van Soeverein Grootcommandeur B.J.D. Alberts in de jaren zeventig de Commissie voor de Schotse Ritus in het leven werd geroepen, de voorloper van de huidige Commissie Vormen, Gebruiken en Ritus (Commissie VGR). Deze Commissie heeft op verzoek van het toenmalige Ordebestuur een heroriëntatie ingeluid van de binnen de Nederlandse AASR tot op dat ogenblik gebruikte ritualen. In het licht hiervan heeft zij zich speciaal gebogen over de vraag of - en zo ja, in hoeverre - het mogelijk is de arbeid in de Loge van Volmaking (klasse 2, graden 4 tot en met 14) binnen het bereik van de Nederlandse AASR te brengen.
In de loop der jaren is het besef steeds toegenomen dat de Loge van Volmaking het fundament bij uitstek van de Schotse Ritus is. In de elf graden in kwestie wordt immers het gebeuren in de Meestergraad verticaal uitgewerkt. Zo blijven voor de Meester-vrijmetselaar na zijn verheffing nogal wat wezenlijke vragen open. Vragen als: hoe staat het met de bouw aan de tempel na de dood van Hiram Abiff? Wie is vervolgens verantwoordelijk voor welk onderdeel van de bouw? Worden de Boze Gezellen bestraft? Deze fundamentele zaken komen in de Loge van Volmaking stuk voor stuk aan de orde.
Daarnaast ligt niet alleen de nadruk ondubbelzinnig op de zoektocht naar het oude Meesterwoord; bovendien komt het in de graden 13 en 14 tot een dramatische verbeelding van de mogelijke betekenis van dat Woord. Weliswaar wordt reeds geruime tijd gewerkt in de graad van Geheim Meester (4de graad) - waartoe in 1991 het convenant van 1913 werd opgezegd -, maar thans is tot een zinvolle afronding van de Loge van Volmaking gekomen, waarbij de essentie van de graden 13 (Ridder van het Koninklijk Gewelf) en 14 (Volmaakt Uitverkoren Groot Schot) de kern is. Overbodig te zeggen dat de oorspronkelijke en destijds dankzij Francken bekendgeworden ritualen van de Rite de Perfection dienden als uitgangspunt. Hier geldt vóór alles: terug naar de basis.

 

Doorwrochte exegese

 

 

 

Ook in de vervolggraden na de 14de dienen de Francken- en aanverwante Franse ritualen als fundament.
In de kapittel- (klasse 3 en 4) en filosofische graden (klasse 5, Areopagus) wordt de in de Loge van Volmaking aangedragen inhoud veeleer horizontaal uitgediept, waarbij vooral de alchemistische invalshoek een factor van gewichtis.
In dit verband verdient speciaal de 28ste graad, Ridder van de Zon, Prins Adept, vermelding, waarbinnen de alchemistische en kosmologische thematiek heeft geleid tot een doorwrochte exegese van de maconnieke symboliek. Niet zonder reden wordt deze graad, die men in het buitenland in deze vorm nergens tegenkomt, door menigeen ondergaan als zeer indrukwekkend. Met de 30ste graad, Groot-Uitverkoren Ridder Kadosh, Ridder van de Zwart-Witte Adelaar, wordt het nwijdingsproces voltooid. Hier komen het verticale en het horizontale aspect naadloos samen, en de neofiet verkeert in het voordeel dat hij, midden in het
'landschap' staande, toch in staat is het 'helikopter-effect' te beleven, aangezien het door hem afgelegde traject door de diverse graden tijdens het gebeuren in dit rituaal duidelijk zichtbaar wordt.
De 31ste en de 32ste graad zijn de zogeheten Consistoriegraden (klasse 6). Zoals deze naam aangeeft, zijn deze graden in principe bestemd voor hen van wie mag worden verwacht dat zij binnen afzienbare tijd in de plaatselijke afdelingen van de AASR, de Consistories, bestuurlijk actief zullen worden. De 33ste graad (klasse 7) is voorbehouden aan hen van wie wordt verwacht dat zij zitting zullen nemen in de Opperraad ofwel actief zullen worden in één van de commissies van de Orde, zoals b.v. de eerder genoemde Commissie VGR. In zeer uitzonderlijke gevallen kan deze graad worden verleend wegens grote verdienste(n).

 

(deze tekst is eerder gepubliceerd in THOTH 2002 nr. 5/)